Boris van der Ham: 'Iedereen heeft recht op ruzie'

Boris van der Ham bezoekt regelmatig een vriend die al 25 jaar in een gesloten zorginstelling woont. Toen ze samen schnitzel gingen eten bij een restaurant om de hoek, aan een gewone tafel, in een gewone omgeving, ontstond een meningsverschil. 'Ik besefte me dat ik in die 25 jaar nog nooit zoiets met hem had meegemaakt. De setting liet dat gewoon niet toe', schrijft hij in onderstaande blog. 'Voor het eerst in jaren was er weer een gelegenheid voor dit onderdeel van een normale vriendschap.'

Boris van der Ham

'De setting liet kribbig naar elkaar zijn niet toe'

In mijn studententijd - eind jaren ‘90 - raakte ik in Limburg bevriend met iemand met wie ik daarna eens in de zoveel tijd belde. We konden goed lachen met elkaar en over allerhande maatschappelijke kwesties praten. Op een dag, na een paar maanden elkaar niet gesproken te hebben, besloot ik weer te bellen. Zijn moeder nam op. Die had schokkend nieuws. Hij had een psychose gehad en was opgenomen in een gesloten instelling. 

Inmiddels zijn we ruim 25 jaar verder, en nog steeds woont hij daar. Ik bezoek hem daar met enige regelmaat. Tijdens die bezoeken praten we wat bij. Maar in een uurtje tijd en binnen de beperkte wereld van een gesloten instelling bleven ook de onderwerpen vaak beperkt. Tot een paar jaar geleden. Toen mocht hij af en toe naar buiten, en gingen we samen schnitzel eten bij een restaurant om de hoek. Aan een gewone tafel, in een gewone omgeving. Bij een ander bezoek hadden we zelfs een meningsverschil over een maatschappelijke kwestie. Ik weet niet eens meer waarover, maar we waren echt wat kribbig naar elkaar. 

Ik besefte me dat ik in die 25 jaar nog nooit zoiets met hem had meegemaakt. De setting liet dat gewoon niet toe. Voor het eerst in jaren was er nu weer een gelegenheid voor dit onderdeel van een normale vriendschap. Het voelde vreemd, maar tegelijkertijd heel vertrouwd. 

Veilig en zorgeloos

Ik moest hieraan denken toen ik onlangs iemand interviewde voor een boek dat ik schrijf over mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor dat project reis ik het hele land door om verhalen te verzamelen. Dit keer was ik in Almere, waar ik sprak met een vrouw die me een bijzondere anekdote vertelde uit haar jeugd. Als kind zat ze in een lange ziekenhuisopname vanwege problemen met haar benen. Haar ouders deden er alles aan om haar leven zo aangenaam mogelijk te maken. Alles moest veilig en zorgeloos zijn. 

Maar haar broer was anders. Op een dag duwde hij haar in de rolstoel door het ziekenhuis. Ze kregen ruzie. Hij ergerde zich zo aan haar gedrag, en zij aan het zijne, dat hij woedend wegliep en haar alleen in de rolstoel achterliet, midden in de gang. 

Even niet het zielige meisje waar iedereen bezorgd om is

Ze was flabbergasted en is het nooit vergeten. Sterker nog, inmiddels vele jaren later, toen haar broer trouwde, haalde ze deze ruzie aan in een speech. En alleen maar positief. Want door die ruzie en zijn weglopen had ze zich op een heel kwetsbaar moment in haar leven juist weer gelijkwaardig gevoeld. Ze was even niet het zielige meisje waar iedereen bezorgd om was, en die vooral beschermd moest worden, nee, nu was ze gewoon even een bloedirritante zus. 

In de vele gesprekken die ik voor het boek voer, hoor ik steeds variaties op dit thema. Zorgzame ouders zijn belangrijk, net als lieve vrienden. Maar net zo belangrijk is dat je elkaar ook ongenadig de waarheid kunt zeggen. Dat het mag spetteren, dat je de koppen figuurlijk tegen elkaar kunt slaan. 

Juist dat maakt ons mens. We hoeven niet altijd voorzichtig te zijn. Het zit in momenten waarop je elkaar als mens durft te zien, met al je fouten en emoties. Zelfs, of misschien juist, als je ruzie maakt.

Dit artikel komt uit de eerste editie van 2025 van Markant, het tijdschrift van de VGN. 

Wil je meer weten of heb je vragen of opmerkingen?

Neem contact op met Boris van der Ham
E-mail
Telefoonnummer
Boris_van_der_Ham

Deze pagina is een onderdeel van